maandag, mei 21, 2012
Text Size

DE waarheid

boeddhaEen week voordat de leerlingen hun opleiding tot monnik hadden afgerond, vroeg een van hen aan Boeddha: "Meester, wij weten nu toch wat dé waarheid is." Als antwoord blinddoekte Boeddha zijn leerlingen één voor één en liet hen een grote donkere tent binnengaan. "Als je weet wat zich in deze tent bevindt, dan zul je zien of je de waarheid kent," zo sprak hij tot hen.

De eerste leerling ging op de tast de tent binnen. Hij voelde met zijn handen een enorm dikke, maar heel lenig en lang lichaamsdeel. Hij stelde zich voor dat hij een heel dikke slang vast had en deinsde achteruit. Dit was een boa constrictor!, een wurgslag. Voorzichtig kroop hij weer naar buiten en vertelde wat er zich volgens hem in de tent bevond.
De tweede kroop ineengedoken de tent in, want hij wilde niet gewurgd worden. Totdat zijn tastende uitgestoken vingers ineens in twee natte gaten verdwenen. Dit was geen slang. Dit was - en hij voelde rondom zijn vingers - net een stekkerdoos. Bah, hij zat met zijn vingers in de neusgaten van een varken te peuren. Hij wist niet hoe snel hij de tent uit moest komen.
De derde bijna-monnik voelde al grijpend in de lucht in een keer een soort touwtje hangen. Een klein rafelig stukje touw, maar wel met leven erin. Dit moet een staart zijn, dacht hij. Maar als een staart zo hoog hangt, dan moet het wel een dier met heel lange poten zijn: dat moet dan wel een giraf zijn. En zo was hij erv an overtuigd dat er zich een langnek in de tent bevond.
De vierde liep pardoes tegen als het ware een harde muur op. Hij viel en probeerde opnieuw, maar in de dikke zware muur was geen beweging in te krijgen. "Dit is een neushoorn," riep hij uit en nadat dit tot hem doorgedrongen was, zette hij het op een lopen.
De vijfde leerling voelde iets wapperen rond zijn gezicht, hij strekkte zijn armen uit en voelde een enorme vleugel. Zij het nauwelijks met veren bedekt. Dat kon hij niet goed voelen. Hij was er van overtuigd dat hij een enrome vogel te pakken had en liet de vleugel snel los. Anders zou hij nog gepikt worden door een enorme scherpe snavel.
En na hen volgden de rest van de leerlingen. Er was echter geen enkele eenduidigheid over hun ervaringen van binnen de tent. En dus gaven ze hun meester verschillende antwoorden op zijn vraag.

Nadat iedereen binnen de tent was geweest en een eigen unieke ervaring had gehad over wat zich binnen de tent bevond, sprak Boeddha zijn leerlingen toe: Als je met elkaar je ervaringen gedeeld had, had je er beter achter kunnen komen wat zich in de tent bevindt: namelijk een olifant. Ieder heeft slechs een deel van de olifant gevoeld of zich iets hierover ingebeeld. Als je dé waarheid zoekt, heb je ook andere mensen nodig om er dichterbij te komen. Of we de waarheid helemaal zullen kennen, denk ik niet. Daar zijn we te klein voor... al moeten we er wel naar streven.