woensdag, februari 22, 2012
Text Size

Theuntje bedankt

Op 25 november 1987 namen we afscheid van ons Theuntje
in de engeltjesmis in de H. Martinuskerk in Schijf.
Samen met mijn beste vriend Dré mocht ik voor de eerste keer voorgaan.
Hier de tekst tijdens deze viering van mijn gedachtenis aan ons heilige engelenkind. 


Theuntje bedankt,

Theuntje, engelenkind,
Theuntje, gelukkig kind.
Al tijdens de zwangerschap liet je je moeder en mij
weten een heel bijzonder kind te zijn.
Het zijn negen fantastische maanden geweest.
Samen met je broertjes Rob en Ruud
hebben we deze periode heel intens beleefd.
Ja, je gedroeg je heel anders dan Rob en Ruud.
Het was niet te vergelijken;
dan was je extreem levendig en liet je je moeder’s buik
in de meest vreemde vormen plooien.

dan was je zo stil ….. zó stil dat we bang werden.
Je stelde zelf het tijdstip vast,
wanneer je je moeder’s buik wilde verlaten.
De verschillende diagnoses van diverse deskundigen ten spijt.
Je liet ons hierover in onzekerheid,
jij wist wanneer het zover was.
Theuntje, toen al bracht je ons kleine gezinnetje dichter bij elkaar,
dichter dan we ooit tevoren waren geweest,
toen al liet je ons weten hoe belangrijk
ons samen-zijn was.


Theuntje bedankt,

Op 27 mei 1987, om kwart voor vier ’s middags vond je,
dat wij er rijp voor waren om jou te mogen zien.
Binnen bijna geen tijd werd je in onze armen, thuis, geboren.
Je twijfelde nog even of je wilde blijven,
je bracht ons in een strijd tussen leven en dood.
In paniek kleefden we ons aan je vast.
Opgelucht, vol blijdschap mochten we je even later
vol levensmoed tussen ons innemen.

Kort nadien dwong je ons om héél stil bij je te staan.
Je liet ons weten een heel bijzonder kind,
een engelenkind te zijn.
Je liet ons in het ongewisse of je een jongetje of een meisje was.
Ook toonde je dat je niet zoals Rob en Ruud,
niet zoals wij, lijfelijk gezond was.

Je dwong ons om intensief naar je te kijken,
te voelen, met je bezig te zijn.
Je wilde dat wij veel in elkaar zouden steken.
Je gaf ons een opdracht, zodanig dat we elkaar nodig hadden,
wilden en konden we hem volbrengen.
Je schonk echter ons ook zo’n vertrouwen,
dat we wisten dat we het samen konden. 

 

Theuntje bedankt,

Theuntje, in je korte leven heb je ons voortdurend in beroering gebracht.
En niet alleen ons kleine gezinnetje,
maar ook onze familie, vrienden en iedereen
die bij jou betrokken was.
Dat weet ik zeker.

Theuntje, jij nam voor ons de vanzelfsprekendheid van leven onder de loep.
Jij liet ons zien dat er geen “gewoon” bestaat.
Wij moesten van jou vervlakte waarden en normen onder ogen zien,
en hoe we deze zelf hanteerden.
Je dwong ons er niet alleen over na te denken,
maar ze ook aan den lijve te ondervinden,
te voelen, diep in ons eigen zijn.
Oh Theuntje, ons engelenkind. 

 

Theuntje bedankt,

Theuntje, je dreef ons in uitersten,
uitersten binnen ons gevoelsleven.
Vlak na je geboorte en kort voor je gaan
raakten we volledig in paniek uit angst je kwijt te raken.
Heel snel sloeg de paniek daarna om in een blijdschap.
We wisten en weten dat je een bijzonder kind van ons was,
dat je een gelukkig kind bent.
Je bracht ons tot wanhoop,
wanneer je je verzette tegen onze behoefte je te knuffelen,
wanneer je zeer, zeer traag dronk en dan ook nog alles teruggaf,
dat je huilde en we niet wisten waarom.

Zo angstig als tijdens jouw korte leven zijn we nog niet eerder geweest.
Angst om je te verliezen,
angst dat we je pijn deden,
angst voor de onderzoeken die je hebt ondergaan,
angst voor de behandelingen,
angst om ver van je vandaan te moeten zijn.
Pijnlijk was het,
ongevraagde adviezen van anderen te moeten horen,
pijn deed het te moeten ontdekken
dat anderen ons niet altijd wilden of konden begrijpen.
Het was zeer pijnlijk wanneer anderen jou en ons veroordeelden,
vooroordelen hadden
en voor ons niet binnen onze beleving passende diagnoses stelden.
Deze intense gevoelens brachten ons veel waarde bij. 

 

Theuntje bedankt,

Ook bracht je ons geregeld in onzekerheid.
Onzeker over je toekomst, onzeker over onszelf.
Deden wij het wel goed zo,
deden we er goed aan bepaalde onderzoeken
wel of niet te laten doen?
Was het goed of niet goed om de behandeling in Rotterdam uit te stellen,
totdat wij en jij er zelf eerst aan toe waren.
Of was dat egoïstisch?
Konden wij daadwerkelijk jou datgene bieden wat je nodig had?

Je bracht ons zeker vertrouwen.
Het gevoel dat we ondanks alles
toch wel een goed gezinnetje voor je waren.
Je steunde ons en liet anderen ons steunen,
je liet ons toe je zo in ons gezin te groeien zoals we dat zelf wilden.
Je leerde ons open te staan voor het leven,
open te staan voor anderen, familie, vrienden en bekenden.
Je toonde ons hoe mooi, hoe eerlijk,
hoe intiem deze relaties konden zijn,
als we er maar open voor stonden.
Je liet ons zien, dat we niet naar de beperking
maar naar de talloze intense mogelijkheden van ons bestaan hier
moesten kijken, en hieraan ons toe geven.
Je liet ons pure liefde voelen,
liefde voor jou, voor ons, voor elkaar, voor anderen. 

 

Theuntje bedankt,

Theuntje, engelenkind,
je was niet altijd bij ons,
ook al lag je in onze armen.
Dan hadden we geen contact met jou,
je was dan niet hier.
Je ogen staarden bewegingloos,
maar vol, naar boven.
we moesten dan hard knokken om je terug te halen,
om oogcontact,
om contact met je te krijgen.

De laatste paar weken kwam hierin een kentering.
Je stond vol tussen ons in.
Je ging al die dingen doen,
waar we met smart naar uitgekeken hadden.
Je ontspande je als je in onze armen lag.
Je lachte spontaan naar ons,
je wilde ons aanraken,
je wilde knuffelen, spelen,
je keek ons recht in de ogen aan,
je dronk vlotjes je flesje leeg
en at met graagte je fruitpapje.
Je groeide, kreeg kleur.
Je  hebt ons intens laten genieten van jouw aanwezigheid. 

 

Theuntje bedankt,

O Theuntje, je hebt het ons gegund
je in onze armen geboren te laten worden.
Ook heb je ons geschonken
in onze armen te zijn ingeslapen.
We hebben goed afscheid van je mogen nemen
van je korte leven tussen ons in.
Al beseffen we, dat dit geen echt afscheid van je is.
Theuntje, jij leeft, zeker weten, met ons door.
Jij bent ons engelenkind
onze engelbewaarder
en het engeltje van deze engeltjesmis,
nu en in de toekomst.

Allen hier moeten stil staan
bij wat je ons gebracht hebt en nog brengt
om met wat jij ons geleerd hebt,
verder te gaan. 

 

Theuntje bedankt,

Theuntje, we zitten nu met gemengde gevoelens,
zoals je ons geleerd hebt hier open voor te staan.
We hebben veel verdriet,
we missen je zo,
we missen je ogen,
je lach,
je knuffelen,
je warmte,
we missen jouw lijfelijke aanwezigheid.

Maar we zijn ook blij en opgelucht
dat je nu een gelukkig kind bent
in het heilig Kinderland.
Blij dat je bij ons bent geweest en nog blijft.
We zijn je dankbaar voor wat je ons en anderen wilde laten zien. 

 

Theuntje bedankt,

God bedankt,
dat wij in U ons Theuntje hebben mogen ontmoeten,
bedankt, voor het vertrouwen.
We ervaren het als een eer
Theuntje in ons midden te hebben gehad gedurende zijn korte leven
Theuntje bedankt, 

 

Tot besluit wil ik het gedicht voorlezen
dat Det en ik vlak na Theuntje’s geboorte in zijn fotoalbum hebben geschreven,
omdat het juist nu geheel weergeeft wat er in ons omgaat. 

GELUKKIG KIND ( Guido Gezelle, 1860)

Gelukkig kind,
dat ligt en laat geworden
al ’t geen de mens
zo driftiglijk beroert!

Gelukkig kind,
dat niet en peinst op morgen,
dat alles mint,
en nijdig niets beloert!

Gelukkig kind,
dat elke stap in ’t leven
een stap vernaast
aan ’t heilig kinderland!

Gelukkig kind,
‘k zou alles alles geven
voor uw geluk, mijn kind
dat ligt en roert in ’t zand. 


Papa,

Schijf, 25 november 1987