maandag, mei 21, 2012
Text Size

Kruisweg van Karel en Det ter Linden

Beste mensen, de gewoonte getrouw 
wordt bij ons bij iedere trouw
eens even teruggekeken
op de jaren, die er zijn verstreken
op 't leven van het pasgetrouwde stel.
Ik weet niet of 't de moeite waard is, ik geloof 't wel.
Want ld ik goed ben ingelicht
dan heeft dit stelleke ook zowel 't een en ander uitgericht.
We hebben de tijd en bovendien
hebben we in 14 staties alles gezien.

 

1e STATIE

Op die warme hete julidag
toen moeder Schrauwen amper in d'r bed lag
kwam ze volop brullend aangezet:
die lekkere mollige Det.
Broer Ko, die het wichtje hoorde brullendacht daarvan 't zijne
Hij liep recht de kamer in en riep: "Dat is de mijne".
Hij dacht , dat ie een broertje erbij had gekregen.
Toen ie hoorde, dat t een meske was, heeft ie verder maar gezwegen.
Jaantje, die pas in de tweede zat, zei heel verlegen
"Juffrouw, we hebben een zusje bij gekregen"
"Ja, Jaantje, en hoe heet de baby dan?"
Ja, daar wist Jaantje echt niks van.
Ze moest het aan zuster Rie in de eerste klas gaan vragen.
Dus Det had over belangstelling niet te klagen.
Twee jaar oud lag ze beneden in het kinderledikant
en altijd was dat goed gegaan.
Maar ineens ging ze brullend in d'r bedje staan:
"Ik moet eruit, d'r zitten allemaal  kuzen in mijn bed.""
En al werd alles op z'n kop gezet.
"Ik mot eruit", schreeuwde de angstige Det.
"Het stikt er van de kuzen in m'n bed".
Naderhand lag ze neffe Rie in bed te neuzen.
Daar zaten tenminste niet van die akelige kuzen.

2e STATIE

Karel is geboren in Oudenbosch.
14 maart 1957 liet men hem los
om de wijde wereld in te gaan.
7 en een half pond woog ie, en er zaten pik zwarte haren aan.
Al gauw bleek hoe ie op z'n oma was gesteld.
Tegenover iedereen heeft ie al verteld
hoe goed dat mesn wel was.
En toch, hoewel hij telde 2 jaren pas
toen moest ie zijn oma al plagen
door alle kippen uit de kooi te jagen.
Met 3 jaren moest hij al op 't paard van de groenteman.
Het lijjkt wel of ie alles kan.
En brommer rijen als ventje van 4 jaar
en ome theo stond steeds meez'n brommer klaar.
Sporten heeft er altijd ingezeten.
Heel jong was ie al bij V.E.S. motte weten.
Hij rende over 't veld als een echte prof,
maar ineens boem, pats plof.
Kareltje ging er onderuit
en lag te spartelen als een pruit.
Sleutelbeenbreik werd er gesteld
In geen 6 weken op 't voetbalveld, 

3e STATIE

Detje was nogal een venijnig ding,
want als ze met de anderen aan het vechten ging,
begon ze soms ineens te bijten.
Maar Jac die zei "dat zal wel slijten".
Hij duwde zijn vuist tegen d'r gezicht.
"Bijt nou leleijk klein vals wicht".
Daar kon ons Detje niet tegen op.
Dus zette ze dat bijten maar uit d'r kop.
Spelen bij tante Lies, dát ging goed.
Achter de bal aanrennen met de nodige spoed.
Ineens vloog de bal op straat.
En ja, ge wwet vooruit hoe dat gaat.
Det met volle vaart er achteraan.
Zelfs de vaart kon haar niet houwen staan.
Ze nam een raam om over de vaart te springen,
maar dat waren voor Det te grote dingen.
Ze sprong middenin de kippenstront
en keek toen angstig in 't rond.
Wie 't allemaal had gezien.
Nou iedereen en ruiken kon je't bovendien.
't Was trouwens wel een vaderskindje, die Det.
Ja, 't zal nou trouwens wel uit zijn mee de pret.
Maar niet tot d'r 6 of 7 jaar motte weten,
maar wel tot d'r 15 jaar heeft ze zelfs op vaders schootje gezeten.

4e STATIE

Toen Karel in Leeuwarden ging studeren,
ging hij tussendoor ook nog proberen
om in Roosendaal aan voetballen te doen.
Hij zei: "misschien verdien ik bij R.B.C. wel poen.
Maar Leeuwarden ligt niet bij de deur
en dan iedere keer dat trainen en dat gezeur.
Nee, dan kon ie beter voor disc-jockey spelen.
Hij dacht, dat zal me niet zo gauw vervelen.
In een geel zwart geruite kiel
draaide hij aan 't platenwiel.
Een grote riem met een tijgerkop erop.
Ons Kareltje zat zo aan de top
en schreuwde uit alle macht: "kom voor de grootst mogelijke herrie
naar disc-jockey Orellie".

5e STATIE

Eerst was Det thuis niet weg te krijgen.
En later dacht Det steeds bij d'r eigen
"uit is ook gezellig", en ze heeft zich niet vergist.
Denk eens aan Merijn van Dijk , achter een grote bel Trappist.
Ineens was Detje verdwenen,
toch is ze tenslotte thuis verschenen.
Maar zo zat as een hoed
nam ze wel eens een andere route.
Ze was bij Merijn van Dijk stillekes afgedropen
en toen deur 't bos stillekes naar huis gekropen.
Of met z'n tienen naar Sus van de Boer.
Maar na wat slap geouwehoer
schrok ze d'r eigen daar een bult
want ineens kreeg ze daar een klap, keihard op d'r kop.
Die zatte Ae Sprenkels sloog 't 'r zo ineens maar op. 
En als detje eenmaal wat bier op had
was ie dus eenmaal een bietje zat.
Dan begon ze te snotteren en te blèren.
Ja, en dat hoorden de anderen wel gèrre.
Nee, ruikt ons Detje nog maar de alcohol
dan schiet d'r gemoed al vol.
Dan krijgt ze eindeloos verdriet,
dan huilt ze tranen as een kapotte vergiet.

6e STATIE

Toen Karel een stel kippen gebrek zag lijen
als ie ze zo zag in de legbatterijen
zei Karel: "het is toch al te dol".
Z'n gemoed schoot er echt bij vol.
Hij dacht: we moeten wat verzinnen
en een of andere actie beginnen.
Hij zette onder de studenten een relletje op touw
dat bijzonder goed slagen zou.
Hij kreeg die studenten over die legbatterijen zo kwaad
dat ze mee z'n allen gingen zitten midden op straat.
Het was zo massaal dat iedereen er van schrok.
Karel noemde dat heel deftig 'de actie tok'.
Hij houdt toch wel van een groep, als ze maar slagen wil.
Net als op die eerste april
hij stuurde toen overal kaarten rond
dat zijn verloving op stapel stond.
Hij zou verloven met Roos.
Echter, het alarm was loos
Heel z'n vriendenkring op z'n kop
maar ja, dat loste hij weer spoedig op.

7e STATIE

We zouden nog iets zeer belangrijks vergeten
Det is vroeger niet altijd zo dapper geweest, mot je weten.
Zo zou ze voor 't eerst een nachtje gaan logeren.
Maar 100 meter van huis bij tante Riezou ze 't proberen.
Amper lag ze met Wilma in bed
of uit was 't met de pret.
Detje kreeg zo'n heimwee naar d'r thuis
"Witte wa", zei oom Janu, "Ik breng ze gauw naar huis".
Het ging maar over 100 meter,
maar Detje vond het thuis toch beter. 
Een andere  keer wou Detje ook 's dapper zijn.
Ze zou samen mee Wilma 's gaan liften voor de gein.
Ze zijn heel dapper langs de weg gaan staan
en al gauw  kwam daar 'n auto aan.
Hij stopte heel netjes en beleefd voor die twee
en zei: "Vooruit, ge kunt wel mee."
Maar Det, die liep ineens weg in volle draf
Denkt erom, dat die chauffeur ze toen de volle lading gaf.

8e STATIE

Karel wou soms ook wel eens op vakantie gaan.
Hij trok toen mee Mattie naar Zeeland op aan.
Maar eerst pakte ie z'n slaapzak uit de schuur.
Z'n gezicht stond wel wat zuur.
Want d'r sprongen een heel stel muizen uit die zak,
maar Karel vouwde hem netjes op, op z'n gemak.
Toen in Zeeland kreeg ie nog 's de wind van voren,
want bij z'n bed opmaken vlogen de muizen nog rond z'n oren.
En waarom zou Det niet op vakantie gaan.
Die trokken met 10 meiden naar renesse op aan.
Nauwelijks was daar de vakantie aangebroken
of ze hadden met z'n allen afgesproken:
minstens ééntje is elke avond niet poepzat.
Dan vinden we tenminste altijd de pad.
En ik mot zeggen: de rest die liep dan wel te zweven
maar eentje is ieder avond nuchter gebleven.
Ondertussen is ze daar nog wel 's een keerke uitgewiest.
Het was een misselijk ventje, die Tiest.
Nee Det, da waar toch niks voor jou gewiest.

9e STATIE

Det trok tenslotte nog al 's naar Achtmaal op aan
tot ze daar op een keer die Karel zag staan.
In 't begin was 't niet veel dan lang en slap ouwehoeren.
Maar Kareltje die bleef maar loeren.
En tenslotte raakte het aan.
Toch is er wel 't een en ander aan vooraf gegaan.
Of 't overmoed was of liefdesverdriet,
dat weet 't ventje misschien zelf niet.
Hij dacht: ik drink whiskey, da's lekkere drank.
Dan bende zo zat, dan duurt 't niet zo laank.
Tenslotte is ie dan toch scheef naar buiten gelopen
en tegen de pui van een drankwinkel aangekropen.
Hij moest echter mee d'n autovan Kees Zagers mee
en Mattie dacht: een gewaarschuwd man die telt voor twee.
Ik haal eventjes een emmer bij Johan Dekkers
want die kots in de auto is ook niks lekkers.
Zo gezegd, zo gedaan.
En toen maar naar huis weer op aan .
Heel spoedig zijn ze toen naar huis gehotst
en Karel heeft in het geheel niet in de auto gekotst.
Pas toen Kees hem in Oudenbosch uit den auto wou halen,
begon Karel het taxi-geld te betalen.
Hij bekotste Kees van boven tot onderen.
In zulke gevallen doet whiskey wonderen.

10e STATIE

Ze zaten op 'n verjaardag bij zwager Kees Kerst
en ze vermaakten zich daar opperbest.
Karel wou best een potje taarten (=schaken)
maar d'r was geen tijd, liever grote stukken taarten.
Morgenvroeg zei Dré van Sjan.
"Vanavond komt er toch niet van." 
Zei Karel: "Ik ben morgen om 7 uur bij jou."
Nou, willen we wedden, nou?
Niemand geloofde daar geen donder van.
Dat dát ons Kareltje kan.
Karel zei: "Morgen om 7 uur in Bels present.
Zorg zelf maar dagge wakker bent."
En Kees Kerst mocht 't beleven.
Den andere morgen om half 7
belde Karel aan, en Kees moest getuige zijn
dat ie zonder bedrog of gein
makkelijk om 7 uur in Bels kon zijn.
Hij riep: "Ik ben er makkelijk om 7 uur zonder pijn
en werkelijk 't was voor Dré veul te vroeg,
maar hij was er toen de klok 7 uren sloeg.
Ja, als Kareltje iets in z'n kop heeft staan,
is 't er mee geen hout meer uit te slaan.
Net as boven op z'n kop.
daar krijgde ook niks anders op.
Dan een opvallende grote pet
want is ie die kwijt, hé Det,
dan kunde gerust uit de pad gaan staan
of eerst om een andere gaan.
Anders is ie niet te geraken.
Och ja, ge kunt maar ergens leut mee maken.

11e STATIE

Het is vandaag gebleken dat veel mensen in deze zaal
houden van een lekker maal.
Maar wie eens iets anders wilt eten,
die moet vast en zeker weten
dat Karel een rijsttafel klaar kan maken
die iedereen zal smaken.
Deskundig wat van dit en dat,
maar eet je mee, dan heb je een heerlijk maal gehad.
elf drinkt ie chocolademelk bij 't eten
en ook flessen chocoladevla kan ie vreten.
ge zou denken, daar kan een lichaam toch niet alleen op drijven.
Zlef zegt ie: "Dat doe ik om op kleur te blijven."
Maar ik denk zo bij me eigen
daar kun je een lekker buikske van krijgen.
En dat zie Karel nie gère bij z'n eigen.
Waarom ging ie anders gatvergimme
zo verschrikkelijk aan 't trimmen.
Lopend van Schijf naar Rucphen toe
en nog was ie dan niet moe.
Hij pakte de fiets en reed de fietspad af
en dan over weer maar lopen in volle draf. 
Het buikske moest en zou verdwijnen.
Maar toen stapte ie over op de sigaar.
Nou is ie mee 't trimmen klaar.
Een niet zo'n heel klein dun lorretje.
Nee, nou hangt een sigaar as een weipaal onder z'n snorretje.
Deskundig wordt die sigaar eerst besnuffeld en beroken
en dan volgens voorschrift aangestoken.
Dan lijkt ie tenminste een heel man.
Ja, dat Kareltje, dat kan er wat van.

12e STATIE

We hebben nog de periode overgeslagen
dat Det zich op de brommer zou wagen.
Bij een 16e verjaardagsfeest
hoorde een Vespa, da's al jaren zo geweest.
Toen moest ze hem toch gaan proberen,
tenslotte moet je alles leren.
Mee z'n drieën trokken ze op Wernhout aan,
maar Sjan en Leen moesten geregeld aan de kant gaan staan,
want iedere keer kwam er weer een bocht
en dan werd deur de twee de berm maar opgezocht.
Want Det kon de bocht maar niet goed krijgen
en ze vloekte maar in d'r eigen.
Wat leggen ze ze toch gek die wegen.
Ge komt geregeld van die bochten tegen.
Na lang sukkelen was 't zweven toch gedaan
en is 't stillekes aan wat beter gegaan.
Nee, dan gaan winkelen mee zus Riet.
Denkt erom, dat ze dan geniet
maar tussendeur minstens 2 of 3 keer in een koffieshop.
En is 't geld dan allemaal op
dan kunde tenminste gerust naar huius toe gaan.
Anders is er aan winkelen geen donder aan.

13e STATIE

Op zekere dag hebben Karel en Det
gezegd: het is uit met de vrijerspret.
we weten nou, dat we echt van mekaren houwen.
Dus geen flauwekul meer: we gaan trouwen.
Maar ja een huis, is niet zo makkelijk te vinden.
Daar moesten ze nog iets op verzinnen.
Karel had ondertussen werk in Roosendaal.
En Det, ja die bezocht de kiendjes overal en allemaal.
Zo vonden ze eindelijk een nest
in Roosendaal zitten ze oppperbest.
Op den dijk midden tussen 't Diamant,
heel modern, heel charmant.
Daar zullen dan beginnen
en ze kunnen 't allang goed mee mekaren vinden
Dus vertrekken ze strak
en zitten die 2 ook weer onder dak.

14e STATIE

Zo zit dan daar dat jong-gelukkig paar
en wij eten en we drinken maar.
om 't geluk van die twee
en iedereen doet mee.
Maar Karel jongen, ge weet toch wel wat ge dee.
Ge zit er nou toch echt maar mee.
Jongen, Det is wél een vrouw om te emanciperen.
Ge zult nog heel wat motten leren.
Koken dat kunde al da's wel waar,
maar daar mee is alles niet klaar.
Wij dachten tenminste bij de familie ter Linden
straks nog wel iets anders te vinden.
Jongen, ze zit echt in 't vak.
Wie weet, wat dat worden gaat strak.
Afijn, ge mot het maar bekijken.
Gij bent 't tenslotte, die mee de eer gaat strijken.
Overigens gaan we stoppen met gekheid maken.
omdat we aan 't eind geraken.
Wees verzekerd, van al deze mensen
krijgen jullie de allerbeste wensen.
Die allemaal hopen op een lang en gelukkig leven.
Dat jullie samen zult beleven.

Lang zullen ze leven...