Na de dood van oma, was mijn opa naar verzorgingsthehuis de Zellenebergen in Oudenbosch gegaan. Hij snakte naar een weerzien.met haar. Tijdens de avondwake noemde de pastor misschien één keer zijn naam. verder had het over wie dan ook kunnen gaan. Ik was boos. Mijn opa verdiende beter. Hij verdiende het écht herinnerd te worden en dus stoof ik naar de pastoor met het verzoek - zeg maar eis - dat ik tijdens de utivaart een persoonlijk gedicht voorlezen kon. Dat mocht. De uitvaartdienst verliep zoals ik vreesde. Een algemene viering met als enig persoonlijk zijn naam. Daar bleef het bij. Op het moment dat ik uitgenodigd werd mijn gedicht voor te lezen, fluisterde hij me voortdurend toe dat ik door moest lezen, Sneller, sneller lezen. En dus vertraagde ik steeds meer. Sprak langzaam en helder, maar wel steeds rustiger. De tekst had ik 's nacht geschreven en werd later in gedrukte vorm ter herinnering verzonden.
|
EEN FOTO Ik heb een foto,
|